Ga direct naar de inhoud

Johan Museeuw

Won De Ronde in 1993, 1995 en 1998

3 april 1994: de Italiaan Gianni Bugno klopt Museeuw in een spurt met twee. Met 7 (zeven!) millimeter. 1996: Museeuw wordt derde na problemen met een slepend achterwiel in volle finale. 1997: Museeuw wordt in volle koers van de weg gereden door Bruno Boscardin. Een mens zou bijna vergeten dat Museeuw tot drie keer toe de beste was in Vlaanderens mooiste. Stel je voor dat het vier, vijf of, wie weet, zes keer raak was geweest? Dan was er in de Ronde-van-Vlaanderenstraat wellicht nu al een standbeeld voor Johan Museeuw opgericht.

"Vier keer, vijf keer? Daar zit ik niet zo erg mee. Ik hou me niet bezig met cijfertjes of records. Drie overwinningen is mooi, erg mooi. De mensen beseffen niet hoe moeilijk het is een klassieker te winnen. Alles moet op zijn plaats vallen, de conditie, de ploeg, het toeval, de geluksfee."

Om een en ander te staven start Museeuw zijn overzicht met de onwaarschijnlijke editie van 1992, toen een groepje 'pijpeplakkers' ontsnapte op 217 km van de aankomst. Wegmüller en winnaar Durand hielden vol tot in Meerbeke. "Het zijn dingen die gebeuren. In dergelijke gevallen nemen of de ploegleiders, of de kopmannen hun verantwoordelijkheid op. Nu werd in het peloton gezwegen in alle talen, iedereen keek een andere kant op. Ook ik. Ik had toen bij Lotto zeker nog niet de autoriteit van de echte kopman, ik had niet het gezag om mijn ploeg in het verweer te jagen. Het is een les geweest. Het had ook een goeie kant: de aanvallers werden beloond. Dat moet kunnen toch? De zon schijnt voor iedereen. En voor een offensief ingesteld renner als Durand zeker."

http://rvv.pro.p.assets.flandersclassics.be/files/1278/original/win95_medium.jpg?1343732605

Fout

Is Museeuw even filosofisch gestemd als de editie van 1994 ter sprake komt? Op de streep een derde van een tube achter op Bugno, na een spurt die hij nooit had mogen verliezen. "269 km lang doe ik wat ik moet doen, loopt alles perfect. In de laatste kilometer maak ik een fout. Ballerini zet de spurt in, maar houdt in op 250 meter. Ik aarzel, blijf achter hem hangen, en zie dan links Bugno vertrekken. Ik had meteen twee fietslengten aan mijn been. Niet meer goed te maken, toch niet op de Bugno van toen. Toen Ballerini stil viel, had ik moeten knallen. Zonde, zo'n verlies, maar wat doe je eraan?"

En vooral: hoe verwerk je zoiets? "Door zo vlug mogelijk aan de volgende opdracht te denken, door vooruit te kijken. Wat voor zin heeft het om daarover te kankeren? Je maakt er jezelf en je omgeving nog ongelukkiger door. Ook tegenover de ploeg voel ik dan weinig schuld. Zij weten dat ik er alles voor gedaan heb, zij weten net als ik hoe dicht winst en verlies bij elkaar liggen. De afgelopen zes jaar heb ik nooit meer 'sorry' gezegd na een nederlaag. Koersen op hoog niveau betekent ook dat je klappen kunt incasseren, dat je mentaal veerkrachtig bent. En tenslotte, er zijn ergere dingen in het leven dan een Ronde te verliezen."

Muilperen

Dat is dan levenswijsheid nummer twee waarmee Museeuw zijn adrenaline bedwingt. Maar tot dusver ging het over Ronde-edities waarin hij twee keer een beoordelingsfout had gemaakt. Ongetwijfeld krijgen we hem dus wel op zijn paard als we de muilperen oprakelen waarop het noodlot hem trakteerde in 1996 en 1997: respectievelijk een slepend wiel en de befaamde valpartij met Boscardin, telkens in volle finale. "De ploeg heeft pakweg 250 paar wielen in voorraad, daar zit die dag één paar bij met een onopvallende constructiefout. En dat ene rotwiel krijg ik toevallig in mijn fiets gezet. Het houdt zich meer dan 200 kilometer kranig en geeft dan langzaam de geest, net voor de Muur. Zeg wel, het noodlot. Niks tegen te beginnen. Als het zo moet zijn, dan is het zo."

Op een wiel kun je je moeilijk boos maken. Een onoplettend renner daarentegen die je in volle finale langs achteren aanrijdt en doet vallen verwens je toch naar de hel? "Boscardin deed dit niet met opzet. Die man werd er zelf kansloos door. Ik had er natuurlijk serieus de pest in. Het was al het hele voorjaar iets geweest: problemen met de knie, valpartij in Milaan - San Remo. Ik had enorm hard gewerkt, ik had zo graag de Ronde gewonnen in de regenboogtrui. Maar, zoals het jaar daarop werd bewezen, je moet blijven vooruitkijken, nooit stilstaan bij tegenslag."
Pech in de Ronde is niet per definitie fataal. Zowel in '95 als '98 toefde Museeuw telkens op een bepaald ogenblik in een uitzichtloze positie. "In 1995 viel ik plat in de Paddestraat. Het vergde nogal wat krachten om weer voorin te komen. Drie jaar later was de toestand nog erger. Opnieuw platte tube op de Paddestraat, daarna een val net voor de stenen van Mater. Ik kwam op mijn zij terecht, had zo'n rugpijn dat ik aan opgave dacht. Een pijnstiller bracht me er bovenop."

http://rvv.pro.p.assets.flandersclassics.be/files/1277/original/win93_medium.jpg?1343732602

Met het gekende gevolg: de verlossende nummer drie voor Museeuw, 32 toen al. "Vooral qua recuperatievermogen gaat het er na je dertigste niet op vooruit natuurlijk. Gelukkig ben ik mentaal nog steeds niet verzadigd. Dat heeft ongetwijfeld te maken met mijn jeugd en met mijn eerste jaren als prof. Ik heb als jonge gast een normaal leven gehad: pintje drinken, naar het vrouwvolk kijken, het zorgeloze leven, tiens. Het fietsen kwam daar zo een beetje bij. Toen ik in 1988 prof werd, ging het er natuurlijk al iets ernstiger aan toe. Maar ik zondigde nog om de haverklap: frieten, chips, ijsjes, chocolade, snoep, het ging er allemaal met grote regelmaat in. De grote breuk, de grote sprong voorwaarts zette ik tijdens de winter van '92 op '93, met mijn overgang naar de GB-ploeg. Daar werd de Italiaanse aanpak gehuldigd, zowel wat trainingsmethode als eetgewoonten betreft. Een wereld van verschil. Vroeger ging ik trainen op gevoel: ellenlange monotone tochten, kilometers afmalen, gemiddelde zowat dertig per uur. Toen ontdekte ik de hartslagmeter, de krachttraining: mijn trainingsdagen werden stukken korter, maar veel intensiever en gerichter. Dat was een openbaring, een verademing ook. Het vak werd plots veel interessanter, rijker aan inhoud. Idem wat mijn voeding betrof. minder vlees, minder vet, meer vis, meer pasta's. Mijn eigen vetgehalte en gewicht gingen stelselmatig naar beneden. De resultaten bleven overigens niet uit."

Tenbossestraat

In 1990 had Museeuw weliswaar twee Tourritten gewonnen, in 1991 het Kampioenschap van Zürich, maar de grote ontbolsterring kwam inderdaad vanaf 1993, met zijn eerste overwinning in de Ronde van Vlaanderen. Het was ook de eerste maar zeker niet de laatste keer dat de Tenbossestraat in Brakel een cruciale rol speelde. Want op die niet eens zo verschrikkelijke helling legde Museeuw ook in 1995 en 1998 de basis van zijn triomf. "Toeval. Zoiets plan je niet vooraf. Je beoordeelt de tegenstanders, bekijkt hun pedaalslag, of ze een beurt overslaan, hoe lang hun beurt duurt, hoeveel ze eten en drinken. En vooral: je rijdt je eigen koers. Ik heb nooit mijn wedstrijden op iemand anders afgesteld. Zo'n actie op de Tenbossestraat, dat is een ingeving, inspiratie van het moment."

Het was telkens indrukwekkend. In 1993 moest iedereen passen, behalve Maassen. "Vervelende situatie toen. Maassen wilde niet overnemen. Ik reed kilometers lang aan de kop. Ploegleider Lefevere had het daar behoorlijk lastig mee. Door de geleverde inspanningen kreeg ik Maassen er ook op de Muur niet af. Gaandeweg zag Maassen het belachelijke van de situatie in en begon hij mee te werken. Omdat hij in zijn winstkansen begon te geloven. Er is geen moment over geld gepraat geweest. We hebben er voor gefietst, rechttoe rechtaan."

Twee jaar later stoomde Museeuw op Tenbosse alleen naar Baldato toe, die hij op de Muur als een zoutzuil achterliet. En in 1998 vertrok hij op die plek voor een solo die volgens velen het hoogtepunt van zijn carrière was. "Twee keer straffe kost, ja. In 1995 kun je eigenlijk van dezelfde solo spreken als drie jaar later. Ik nam alleen Baldato, toen in topvorm, mee naar de Muur. In 1998 was ik torenhoog favoriet na mijn overwinningen in de E3-Prijs en de Brabantse Pijl. En iedereen voorin wist dat er aan Tenbosse iets te verwachten viel. Een topprestatie. Maar die relativeer ik ook, net zoals alle tegenslagen die ik meemaakte.

Neem toch maar iets van me aan: die drie overwinningen in de Ronde die achter mijn naam staan, daar ben ik toch fier op. Want van alle monumenten lijkt de Ronde me toch de mooiste. Ze is me in ieder geval het dierbaarst. Ik zal de waarde ervan pas helemaal kunnen inschatten als ik gestopt ben."

Ook Parijs-Roubaix bezet een speciale plaats in het hart van Museeuw. "Dat beuken in de hel is me toch ook op het lijf geschreven. Dat is het grote verschil met de Ronde: Parijs-Roubaix is een uitputtingsslag. In de Ronde moet je het hebben van je explosiviteit, je moet kunnen ontploffen op de hellingen. De nummer drie op mijn hitparade is Luik-Bastenaken-Luik. Schitterende wedstrijd, waar de echte allrounder het kan halen."

http://rvv.pro.p.assets.flandersclassics.be/files/1276/original/win98_medium.jpg?1343732544

Het bos van Wallers

Op zondag 12 april 1998, een week na zijn ontzagwekkende overwinning in de Ronde van Vlaanderen, werd Johan Museeuw opnieuw met het noodlot geconfronteerd. In Parijs-Roubaix kwam hij op de voorhistorische stenen van het bos van Arenberg ten val. Van verder rijden was geen sprake meer: de linker knieschijf was gebroken. Een streep door het voorjaar, dat is duidelijk. En met het herstel vlotte het niet, het ging van kwaad naar erger.

"Ik was met mijn knie terechtgekomen in de uitwerpselen van een paard, die Clostridium-bacteriën bevatten. Dat heeft geleid tot een ernstige infectie, die nogal laat werd onderkend. Het uiteinde van mijn vierhoofdige dijspier raakte aangetast en stierf af. Daar kwam een vochtig gangreen bovenop: vanaf mijn linkervoet tot aan mijn linkerzij zat ik helemaal opgezwollen. Ik leed ongelofelijk veel pijn. Alsof men duizenden naalden tegelijk in mijn been stak. Om de pijn te verzachten diende men me tien dagen lang morfine toe. Maar dat was lang niet voldoende. Er waren dagen bij dat ik zat te schreien in mijn bed, dat ik de dokters smeekte om me meer morfine toe te dienen. Maar men zat aan de limiet. Drie weken lang moest ik quasi onbeweeglijk in het ziekenhuisbed blijven zitten. Het is een verschrikkelijke periode geweest. Nu besef ik nog meer dan vroeger hoe gelukkig de mensen zijn die 's ochtends gezond uit bed kunnen stappen."

nog 38 dagen en het is zover!
Flanders Classics